De stille strijd om de Nederlandse winkelstraat.
- Jean Paul.M.P. Verhaaren

- 1 dag geleden
- 6 minuten om te lezen
Er is iets vreemds aan de hand in de Nederlandse winkelstraat.
Op zaterdagmiddag zijn de terrassen vol. De koffiezaken draaien goed. Mensen wandelen, kijken, praten, drinken iets, halen een broodje of spreken af in de stad. Maar wie goed kijkt, ziet ook iets anders: steeds minder mensen lopen met volle winkeltassen door de straat.
De winkelstraat leeft nog wel, maar koopt minder vanzelfsprekend.
Dat is misschien wel de kern van de uitdaging voor offline retail in Nederland. De consument is er nog. Alleen de portemonnee, de aandacht en de aankoopbeslissing zijn steeds vaker ergens anders.
De winkelstraat is geen automatische koopmachine meer
Vroeger was de winkelstraat de plek waar je naartoe ging om te kopen. Je had iets nodig, ging naar het centrum, liep meerdere winkels binnen en kwam thuis met tassen.
Vandaag is de winkelstraat vaker een plek om te oriënteren, te ontmoeten of gewoon even buiten te zijn. De daadwerkelijke aankoop volgt later. Online. Via een prijsvergelijker. Via een platform. Via een app. Of helemaal niet.
Dat verklaart waarom het soms druk kan zijn in een winkelgebied, terwijl ondernemers toch zeggen: “Er wordt weinig afgerekend.”
Volgens CBS groeide de Nederlandse detailhandelsomzet in maart 2026 nog met 2,9 procent ten opzichte van maart 2025, maar online groeide in diezelfde maand met 7,7 procent duidelijk harder. Dat laat precies zien waar de spanning zit: retail groeit nog, maar het zwaartepunt verschuift verder richting digitaal.
Waarom raken winkelstraten leger?
Leegstand is zelden het gevolg van één oorzaak. Het is meestal een optelsom van kleine verschuivingen die samen groot worden.
De belangrijkste oorzaken zijn herkenbaar:
Online kopen is normaal geworden.Consumenten vergelijken sneller, bestellen gemakkelijker en accepteren bezorging als standaard.
Kosten stijgen harder dan marges.Huur, personeel, energie, voorraadfinanciering, verzekeringen en marketing drukken zwaar op kleinere ondernemers.
Veel winkels lijken te veel op elkaar.Als het aanbod niet uniek is, wint de goedkoopste of makkelijkste aanbieder. En dat is vaak online.
Personeel is schaars.Goede medewerkers vinden, opleiden en vasthouden is voor veel winkels een structureel probleem.
Consumenten zijn voorzichtiger.Zelfs als de economie groeit, blijven veel huishoudens bewuster omgaan met hun geld.
Winkelgebieden zijn soms te groot geworden.Niet elke straat kan nog volledig gevuld blijven met traditionele retail. Sommige centra moeten compacter, groener en meer gemengd worden.
Locatus meldde dat de leegstand in Nederlandse winkelgebieden in 2025 verder opliep van 6,7 procent begin 2025 naar 7,0 procent eind dat jaar, terwijl het aantal retailpanden al jaren daalt. Ook Rabobank benoemt dat het aantal fysieke winkelpanden al tien jaar afneemt en dat leegstand in 2025 is gestegen naar 7,0 procent.
Minder tassen betekent niet automatisch minder mensen
Het opvallende beeld van lege handen in de winkelstraat zegt veel. Mensen komen nog wel, maar kopen anders.
Ze passen in de winkel en bestellen later online.Ze zoeken inspiratie, maar wachten op korting.Ze kopen minder impulsaankopen.Ze besteden meer aan horeca, beleving en diensten.Ze komen voor service, reparatie, retouren of advies.Ze kopen grotere aankopen pas na online vergelijking.
Voor fysieke winkels is dat confronterend. Want traffic alleen betaalt de huur niet. Een passant is pas waardevol als hij klant wordt, terugkomt of een relatie opbouwt met de winkel.
De winkelstraat van morgen draait dus niet alleen om passanten, maar om conversie, vertrouwen en herhaalbezoek.
Wie bezoeken de winkels nog?
De fysieke winkel is niet dood. Integendeel. Maar de bezoekers zijn selectiever geworden.
Er zijn grofweg vijf groepen die nog bewust winkels bezoeken.
1. De zekerheidszoekerDeze klant wil advies, uitleg en bevestiging. Zeker bij producten die complex, duur of persoonlijk zijn. Denk aan telecom, elektronica, brillen, fietsen, bedden, wonen, zorgproducten en financiële keuzes.
2. De serviceklantDeze klant komt omdat er iets moet worden opgelost. Reparatie, installatie, retour, garantie, onderhoud, overzetten, instellen of uitleg. Dit is een belangrijke groeigroep.
3. De lokale loyale klantDeze klant gunt het de winkelier, kent de mensen en waardeert de lokale aanwezigheid. Vooral in kleinere kernen en sterke wijkcentra blijft dit belangrijk.
4. De belevingskoperDeze klant wil voelen, passen, proberen, ruiken, testen of inspiratie opdoen. Winkels die beleving toevoegen, blijven relevant.
5. De directe koperDeze klant wil iets nu hebben. Niet morgen. Niet via pakketdienst. Vandaag. Beschikbaarheid en snelheid kunnen nog steeds winnen van online.
De vraag is dus niet: “Komen mensen nog naar winkels?” De vraag is: “Waarom zouden ze juist naar jouw winkel komen?”
De grootste bedreiging: middelmatigheid
De gevaarlijkste positie in offline retail is niet duur zijn. En ook niet klein zijn.
De gevaarlijkste positie is onduidelijk zijn.
Een winkel zonder scherpe reden van bestaan krijgt het moeilijk. Geen uitgesproken service. Geen bijzonder assortiment. Geen lokale binding. Geen expertise. Geen beleving. Geen gemak. Geen verhaal. Dan blijft alleen prijs over. En op prijs wint de fysieke winkel zelden.
De winkelstraat verliest niet alleen van online. De winkelstraat verliest vooral wanneer fysieke winkels vergeten waarin zij juist sterker kunnen zijn.
De platformdreiging wordt groter
Een tweede bedreiging is de opmars van grote platformen en internationale aanbieders. Zij trekken zoekverkeer, prijsvergelijking, assortiment en gemak naar zich toe. Voor veel consumenten begint de aankoop niet meer in Google en al helemaal niet meer in de winkelstraat, maar rechtstreeks in een marketplace of app.
Dat maakt fysieke retail kwetsbaar. Zeker in productgroepen waar weinig advies nodig lijkt en waar prijs, voorraad en snelheid dominant zijn.
Daar komt bij dat consumenten wennen aan extreme keuze, snelle levering en lage prijzen. Nederlandse winkeliers kunnen en moeten daar niet altijd in mee willen. Maar ze moeten wel uitleggen waarom hun alternatief beter, veiliger, slimmer of persoonlijker is.
Toch liggen er grote kansen
Het verhaal is niet alleen somber. Juist omdat online zo groot en anoniem is geworden, ontstaat er opnieuw ruimte voor winkels die iets toevoegen.
De kansen liggen vooral hier:
Service als verdienmodelNiet alleen producten verkopen, maar klanten helpen met installatie, reparatie, onderhoud, verlenging, garantie, data-overdracht, abonnementen, advies en nazorg.
Lokale autoriteitDe winkel als vertrouwd adres in de buurt. Niet de goedkoopste van Nederland, maar wel de beste oplossing dichtbij.
SpecialisatieBeter bekendstaan om één of enkele sterke domeinen dan een breed maar onduidelijk aanbod voeren.
Omnichannel zonder illusiesOnline vindbaar zijn, maar offline waarde leveren. De website hoeft niet altijd de winkel te vervangen; hij moet de winkel versterken.
Community en relatieKlanten niet alleen zien als transacties, maar als terugkerende relaties. Nieuwsbrieven, lokale acties, events, servicechecks en persoonlijk contact worden belangrijker.
Reparatie, refurbished en circulariteitZeker in telecom en elektronica groeit de behoefte aan langer gebruik, repareren, inruilen en verantwoord vervangen. Dat is bij uitstek een fysieke kans.
Zakelijke klantenMKB’ers zoeken vaak geen webshop, maar iemand die het gewoon regelt. Voor telecom, IT, apparatuur, service en continuïteit blijft persoonlijk contact waardevol.
De toekomst van de winkelstraat wordt compacter
Veel Nederlandse winkelgebieden zullen niet verdwijnen, maar wel veranderen. Minder meters traditionele retail. Meer horeca, zorg, wonen, dienstverlening, cultuur, ambacht, leisure en lokale formules.
NVM Business beschrijft dat winkelgebieden compacter en levendiger worden, waarbij leegstaande panden vaker plaatsmaken voor woningen en openbare ruimte groener en gezonder wordt ingericht. Dat is geen nederlaag, maar een noodzakelijke correctie op te grote winkelgebieden uit het verleden.
De beste winkelstraten van de toekomst zijn niet per se de langste winkelstraten. Het zijn de gebieden met de duidelijkste functie: gemak, ontmoeting, service, beleving en lokaal vertrouwen.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Voor retailers is afwachten geen strategie meer. De ondernemer moet scherper kiezen.
Waarom bestaan wij?Voor wie zijn wij onmisbaar?Waarin zijn wij beter dan online?Welke service kunnen wij toevoegen?Hoe zorgen wij voor herhaalbezoek?Welke producten trekken klanten echt naar de winkel?Welke activiteiten kosten vooral ruimte, tijd en marge?Hoe maken wij onze winkel lokaal zichtbaar?Hoe bouwen wij klantdata en klantrelaties op?Hoe maken wij medewerkers sterker in advies en verkoop?
De winkelier van de toekomst is minder voorraadbeheerder en meer regisseur van klantrelaties.
Vooruitzicht: zwaar voor gemiddeld, kansrijk voor onderscheidend
De komende jaren worden niet makkelijk voor offline retail in Nederland. De kosten blijven hoog, online blijft groeien en consumenten blijven kritisch. De leegstand zal in zwakkere gebieden waarschijnlijk verder druk geven. Vooral winkels zonder onderscheid, zonder servicefunctie of zonder duidelijke doelgroep krijgen het zwaar.
Maar voor sterke fysieke retail is er wel degelijk toekomst.
Niet als kopie van online.Niet als showroom zonder verdienmodel.Niet als winkel die wacht tot mensen vanzelf binnenlopen.
Wel als plek waar klanten geholpen worden, zekerheid krijgen, kunnen ervaren, kunnen oplossen, kunnen vertrouwen en kunnen terugkomen.
De winkelstraat wordt misschien leger in meters, maar niet betekenisloos.
De vraag is alleen welke winkels straks nog reden genoeg geven om bezocht te worden.
Conclusie
Offline retail in Nederland staat op een kantelpunt. De consument is niet verdwenen, maar zijn gedrag is veranderd. Hij loopt nog door de straat, maar koopt minder automatisch. Hij wil gemak, prijs en keuze, maar ook service, vertrouwen en persoonlijk advies wanneer het ertoe doet.
Daar ligt de strijd.
Winkels die alleen producten verkopen, krijgen het moeilijk. Winkels die problemen oplossen, relaties bouwen en lokale waarde toevoegen, hebben juist een nieuwe kans.
De toekomst van de winkelstraat wordt niet bepaald door het aantal passanten.
Maar door de vraag of die passant nog een reden heeft om binnen te stappen.




Opmerkingen